maandag 31 oktober 2011

Is het leven (wel zo) verrukkelluk?

“Nederland Leest” het boek van Remco Campert, 'Het leven is vurrukkelluk'. De bibliotheek van Heerenveen heeft in het kader van deze actie een schrijfwedstrijd georganiseerd. Het thema is hetzelfde als Campert's boektitel. Deze week kunnen de verhalen ingeleverd worden bij de jury.
Ik schrijf ook mee. Mijn verhaal is zo ongeveer af, ik slaap er nog een nachtje over. In mijn verhaal komt naar voren dat vurrukkulluk en niet-vurrukkulluk dicht bij elkaar liggen. Nog niet heel duidelijk, he? Dat komt vanzelf.
Vanzelfsprekend zal ik het verhaal ook publiceren. Maar alles op zijn tijd.

zondag 30 oktober 2011

Schrijvers

Het is de afgelopen week de week van de schrijvers.
Micheal Higgins, een Ierse dichter, is deze week tot president van zijn eiland gekozen. De definitieve uitslag kwam op de honderdste sterfdag van journalist, publicist en uitgever Joseph Pulitzer (waarnaar die beroemde prijs is vernoemd).
Gisteren verscheen ook 'De tijd zelf', een postuum verhaal van Harry Mulisch. Een onaf verhaal, dat wel. Voor sommige fans van de schrijver is dat nauwelijks een probleem – alles wat uit de pen van Mulisch kwam, is goud. Over Mulisch gesproken, vandaag (zondag) is de man één jaar dood. Waarvan akte.
Vandaag heeft Peter Buwalda de Selexys Debuutprijs gekregen. Er is een kansje dat hij morgen ook de AKO Literatuurprijs in ontvangst mag nemen. Voor wie in toeval geloofd. Voor Mulisch zou het geen probleem zijn, omdat het natuurlijk allemaal geen toeval is. Er moet een reden zijn dat Buwalda op deze dag die prijs heeft gekregen.
Schrijvers. Wat een mooi vak, eigenlijk.

zaterdag 29 oktober 2011

Doctor

Gisteren promoveerde mijn broer Thijs, na zeven jaar wetenschappelijk onderzoek. Hij mag zich nu doctor noemen. Toen zijn promotor professor Brouwer de woorden uitsprak, waarmee hij mijn broer de titel deed toekomen... uiteraard voelde ik me trots.
's Ochtends was in De Bazuin (de thuiskerk van mijn broer in Kampen) een symposium, waarin vanuit verschillende hoeken werd gekeken naar levensboeken. Die levensboeken vormen de basis van Thijs' promotie. De praktijk toonde al aan dat levensboeken een belangrijk effect hebben op ouderen – dankzij het onderzoek is dat effect wetenschappelijk onderbouwd, inclusief grafieken en cijfers.
Na de lunch was de daadwerkelijke promotie. In de Bovenkerk, waar was uitgeweken omdat de aula in de PThU te klein was voor het aantal aanwezigen. De zes opponenten stelden hun vraag naar aanleiding van 'Het verleden als uitdaging', het proefschrift van Thijs. Hoewel kritisch (“Waarom hebt u gekozen voor deze vorm, deze vraag? Is uw proefschrift niet erg christelijk en westers georiënteerd?”) sloeg Thijs zich er prima doorheen.
Doctor in de godgeleerdheid. Mijn broer Thijs is de eerste die het zover geschopt heeft. Ik heb hem tijdens het onderzoek een klein beetje mogen helpen. Niet dat mijn aandeel onmisbaar was – als ik het niet deed, was er wel iemand anders die mijn werk op zich nam. Maar toch, voor een heel klein beetje, een minimaal beetje, straalde de promotie ook op mij af.
Goed, een doctor in de familie. Trots, uiteraard. Maar dat zal wel mogen, in alle bescheidenheid.

vrijdag 28 oktober 2011

Trots

Terwijl vandaag mijn oudste broer promoveert, is het land in rep en roer. Het parlement is intens verdeeld over de zaak-Mauro, de kerk zit met Hendrikse in de maag, en de Arabische Lente duurt maar voort. En dat allemaal zorgt voor een hete herfst.
Tegelijk ben ik trots. Niet zozeer op Nederland, wel op mijn broer. Misschien is hij momenteel de enige die zich met echte zaken lijkt bezig te houden.

donderdag 27 oktober 2011

Theo, loog 'ie?

Momenteel lees ik deel twee van Klaas Hendrikse's dogmatiek 'God bestaat niet en Jezus is zijn zoon'. In dat boek betoogt de vrijzinnige PKN-dominee dat zowel het hele Oude als Nieuwe Testament gebaseerd is op mythologie. De verhalen uit de Bijbel hoeven niet gebeurd te zijn om wel waarde te hebben voor ons, anno 2011. Ze bieden wel hoop voor vandaag.
Tegelijk bereidt ik me voor, voor zover ik me erop moet voorbereiden, op de promotie van mijn broer Thijs. Morgen hoopt hij de doctorsgraad te halen in de theologie. Broer Thijs neemt de Bijbel wel voor waargebeurd aan.
Twee uitersten dus. En ik? Ik ga voor de theologie van mijn broer. Maar vind Hendrikse uit cultureel-religieus opzicht interessant.

woensdag 26 oktober 2011

Knopfler bij Dylan

Vorige week was ik bij het concert van Bob Dylan. In het voorprogramma stond Mark Knopfler, die wel goed was, maar nergens overtuigde. Alsof hij niet durfde te spelen, zoiets. Een paar avonden ervoor speelde Knopfler één lied mee bij de set van Dylan. Natuurlijk hoopte ik dat we in Rotterdam ook zo'n cadeautje mochten krijgen. Dat bleek niet het geval, Dylan is Sinterklaas niet.
Toch is het een beetje zuur, als je bedenkt dat Knopfler tijdens de tour steeds vaker bij Dylan op het podium verschijnt. Gisteravond zelfs bij de eerste vijf nummers, een-derde van het optreden. Knopfler heeft twee avonden eerder zelfs meegespeeld met 'Blind Willie McTell', het lied uit 1983 van Dylan-Knopfler.
Voel ik me dan toch benadeeld? Ik had het wel leuk gevonden als Knopfler ook in Rotterdam bij Dylan op het podium was gekomen. Maar dat is niet het geval geweest. Ik mis het niet, maar op sommige momenten vind ik het wel jammer.

dinsdag 25 oktober 2011

Algemene begraafplaats

Ik sta bij de Algemene Begraafplaats in Zwolle. Het is de halte bij Matthijs, waar net een BeerzeBestuursvergadering is geweest. Aan het begin van de avond ben ik aan de overkant uitgestapt, en 9292ov.nl geeft deze kant van de weg aan als vertrekpunt naar het station.
“Meneer, meneer!” hoor ik vanaf de overkant roepen. Ik zie een man die zijn hond uitlaat, en hij staat naar mij gericht. “Die bus rijdt al maanden niet!” Dat vind ik raar, en wil dat de meneer ook uitleggen.
De man loopt de straat over naar me toe, om het gesprek te vergemakkelijken. We praten erover dat de overkant van de bushalte wel werkt, en dat deze kant ook door 9292ov.nl wordt aangegeven. De meneer vertelt dat de bus hier niet langskomt, maar wel bij de halte om de hoek. Bij de stoplichten rechtsaf en dan nog vijftig meter.
Ik bedank de man en loop naar de genoemde bushalte. Het blijkt de Thomas á Kempis te zijn, de halte op de straat, die vernoemd is naar de bekende katholiek. Een paar minuten later komt daar de bus aan. Met dank aan die meneer heb ik niet op niets gewacht.