Gisteren
is de tusseneditie van Tentstof naar de drukker gegaan. Deze editie
wordt tussen 3 en 10 november naar alle leden van E&R gestuurd.
De reden: het veertigjarig jubileum van de vereniging, en de daarbij
behorende reünie.
Een
tusseneditie. Tentstof is een jaarlijks magazine en verschijnt in
maart tijdens de Springmeeting. Maar vanwege het jubileum kon de
redactie het zich niet veroorloven om niét te verschijnen.
In
het schrijven en maken van de artikelen is veel tijd gaan zitten.
Mensen benaderen, in de archieven duiken, nadenken over vormgeving en
stijl – allemaal van dat soort dingen. We hadden als voordeel dat
we Tentstof als blad al hebben. De formule en randzaken waren al
bekend. Maar nu de concrete invulling.
In
alle bescheidenheid: ik ben er trots op. Opnieuw hebben we een mooie
Tentstof afgeleverd, waar we iets mee hebben neergezet.
Nu
is het wachten tot begin november, als de leden het blad krijgen. Ik
ben benieuwd of onze achterban net zo enthousiast is als ik.
Sinds
afgelopen vrijdag loop ik een werkstage in het Natuurmuseum in
Leeuwarden. De stage valt in het kader van het BeterBezigHuis. Dit
project vindt plaats tijdens de herfstvakantie. De bedoeling is dat
kinderen op een interactieve manier iets leren over duurzaamheid.
Uiteraard
nemen de kinderen hun ouders ook mee. Sommige ouders gaan leuk met
hun kinderen om. Ontspannen, gezellig. Zonder dat er onenigheid is.
Die kinderen groeien op in een liefdevol nest, om het zo te zeggen.
Lang
niet alle ouders zijn zo liefdevol. Ik zie ook ouders die hun
kinderen bijna negatief benaderen. Een verwijtende toon, alsof die
kinderen zo dom zijn om een vraag te stellen. Te stom om na te
denken. 'Oh nee he, weer zo vraag van mijn rotkind'.
Maar
laat ik niet te negatief over die ouders praten. De kinderen vermaken
zich en hebben een leuke middag.
Opnieuw
is de Nobelprijs voor de Literatuur aan de neus van Bob Dylan voorbij
gegaan. De Chinees Mo Yan ('spreek niet!', what's in a name?) strijkt
met de eer. Misschien dat het Zweedse comité met deze
Nobelprijs-serie een politiek statement wil maken. De literaire
Nobelprijs naar een Chinees, de Vredesprijs naar de Europese Unie
voor hun stabiliteit, vrede en democratie. Je zou er bijna politiek
achter zoeken.
Nee,
dan Dylan. Voor hem geen politieke prijzen meer. Begin jaren zestig
kreeg hij een prijs van een liberaal-elitair clubje. Hij stootte de
aanwezigen voor het hoofd, toen hij bij zijn bedankwoordje zei dat
hij iets van zichzelf herkende in de moordenaar van J.F. Kennedy.
Sindsdien,
en vooral de laatste jaren, ontvangt Dylan 'slechts' eredoctoraten en
de Pulitzer Prize.
Is
het jammer dat Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur niet krijgt? Ik
vind van wel, omdat Dylan's teksten niet zomaar popteksten zijn. Het
is poëzie, grenzend aan proza. Gezien zijn prijzenkast, zou je
kunnen verwachten dat die Nobelprijs eindelijk richting Malibu,
Florida gaat. Want daar woont Dylan.
Maar
goed, voorlopig moeten we weer even wachten. In de tussentijd:
gefeliciteerd, Mo Yan.
Begin jaren tachtig nam Bob Dylan het lied 'Blind Willie McTell' op. Dylan op piano, Mark Knopfler op gitaar. Het lied werd afgekeurd voor de plaat Infidels, en verdween zodoende in de kluizen van platenmaatschappij Columbia/CBS.
In 1991 verscheen 'Blind Willie McTell' op de Bootleg Series, vol. 3. The Band, Dylans voormalige begeleidingsband, maakte de "demo" van het lied af. Hun versie verscheen op hun comeback-album Jericho. Deze versie vormt de basis voor Dylans live-uitvoeringen van 'Blind Willie'.
Seen
the arrow on the doorpost Saying, “This land is condemned All
the way from New Orleans To Jerusalem” I traveled through
East Texas Where many martyrs fell And I know no one can sing
the blues Like Blind Willie McTell
Well,
I heard that hoot owl singing As they were taking down the
tents The stars above the barren trees Were his only
audience Them charcoal gypsy maidens Can
strut their feathers well But nobody can sing the blues Like
Blind Willie McTell
See
them big plantations burning Hear the cracking of the whips Smell
that sweet magnolia blooming See
the ghosts of slavery ships I can hear them tribes a-moaning Hear
that undertaker’s bell Nobody can sing the blues Like Blind
Willie McTell
There’s
a woman by the river With some fine young handsome man He’s
dressed up like a squire Bootlegged whiskey in his hand There’s
a chain gang on the highway I can hear them rebels yell And I
know no one can sing the blues Like Blind Willie McTell
Well,
God is in His heaven And we all want what’s His But power and
greed and corruptible seed Seem to be all that there is I’m
gazing out the window Of the St. James Hotel And I know no one
can sing the blues Like Blind Willie McTell
Bruce Springsteen is een geweldige artiest. Een zanger die als een van de laatste der mohikanen weet hoe je muziek moet maken. Niet het bombastische synthesizer-geluid, waardoor elke hit op de andere lijkt. Nee, stabiele rock-n-roll, zal ik maar zeggen.
Eén van zijn grootste nummers is Atlantic City. In zijn versie klinkt dat als volgt:
The Band, de voormalige begeleidingsband van Bob Dylan, nam dit lied ook op tijdens hun comeback. Onder aanvoering van wijlen multi-instrumentalist Levon Helm klinkt Atlantic City zo:
En dan als laatste Mumford & Sons met hun folk-versie van Atlantic City:
Voor de liefhebber volgt hier de tekst:
Well, they blew up the chicken man in philly last
night
Zondag
heb ik het boek 'Luister je nou alweer naar Bobby' gelezen. Dit boek
is van Dylan-blogger Tom Willems. Ergens heb ik wel sympathie voor
zowel het boek als de schrijver. Want het gaat over iets waar ik zelf
ook erg van geniet: Bob Dylan. Net als Tom kan ik helemaal opgaan in
de muziek en de feitjes rondom Dylan.
Maar
er is ook een groot verschil. Tom wijst op details, foutief
geschreven woorden, verkeerde labels, en vrij minuscule puntjes. Hij
geeft nauwelijks interpretaties en vindt covers maar niets. De
versies van Ernst Jansz vindt hij bijvoorbeeld laf. Covers gruwelijk.
En Mark Knopfler is een gitaarneuzelaar, ondanks zijn rijke carrière.
Een
verschil dus. Want ik vind de vertalingen van Jansz erg mooi, goed
gedaan. Mark Knopfler is een gewaardeerde muzikant, hoewel hij een
matig optreden gaf bij Dylan. Covers zijn niet altijd geslaagd, maar
geven wel een mooie invalshoek voor een lied. En interpretaties vind
ik mooi: het geeft de mogelijkheid om zelf met het lied weer verder
te gaan, omdat het iets extra's te zeggen heeft.
Vind
ik het boek een slecht boek? Nee, het is een boek wat vooral
interessant is voor de écht Dylan-liefhebbers. Voor diegenen die
Dylan op de voet volgen.