dinsdag 26 februari 2013

Jozef


Vandaag had ik het liedje ‘Jozef’ van Matthijn Buwalda in mijn hoofd. Over een vergelijking tussen Matthijn en Jozef: beiden aan de zijlijn. Over de bewondering die Matthijn voor Jozef heeft. Over dat Matthijn een kaarsje brandt voor Jozef – in de kapel van zijn vrouw.
Plots moet ik denken over wat we over Jozef in de Bijbel lezen. Hij speelt een rol bij de zwangerschap van Maria. En de geboorte van Jezus. Maar daarna is Jozef uit beeld. De timmerman zonder verhaal.
Jozef wordt niet genoemd als Maria en haar kinderen Jezus opzoeken. Wie Jezus liefheeft, is Zijn moeder, broers en zussen. Niet Zijn vader. Niet de Jozef. Bij de kruisiging is Jozef niet een van de toeschouwers, Maria wel.
Jozef uit Nazareth, misschien wel de meest bijzondere bijfiguur uit de Bijbel.


maandag 25 februari 2013

Friese Huub


Toeval, nee. Dat kan het niet geweest zijn. Zondagmorgen was een van de gezongen liederen in mijn gemeente ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’. Een mooie tekst van Huub Oosterhuis. Ik was er door van onder de indruk.
’s Avonds was ik bij de Fryske Fesper. Het interkerkelijke avondgebed in de Waalse Kerk in Leeuwarden. Een declamatie door zuster Lena Sikma. ‘Sa freonlik en sa feilich as it ljocht’, een vertaling van het lied van Oosterhuis door Atze Bosch.
Dat trof mij. De cirkel van de zondag was rond.

zondag 24 februari 2013

Huub Oosterhuis


Vanmorgen zongen wij in de kerk gezang 174 uit het Gereformeerd Kerkboek. “Zo vriendelijk en veilig als het licht”, een tekst van de hand van Huub Oosterhuis. Steeds meer zie ik teksten van de voormalige jezuïtische priester in de protestantse liedboeken.
Dat is een goede ontwikkeling. Ik zing de teksten van Oosterhuis graag. Mooie teksten. Dat geldt eveneens voor zijn vertalingen van de Pentateuch. En voor zijn bewerkingen van de psalmen. Zijn dochter Trijntje zong een versie van psalm 139, “Ken je mij”.
Het zingen van Oosterhuis’ teksten –en die van anderen- is een goede poging om christenen te verbinden. Zingen verbroedert, namelijk. Kijk bijvoorbeeld naar voetbalwedstrijden. You’ll never walk alone, wat gaat daar een inspiratie vanuit als het hele stadion dat lied zingt!
Zo vriendelijk en veilig als het licht. Kom eens bij ons langs, Huub.

zaterdag 23 februari 2013

Henny Vrienten – Fijn om er niet bij te horen


M'n moeder zei altijd: "Let op wat je terugkrijgt
Kruideniers, kruideniers belazeren je voor een cent"
M'n vader zei altijd: "Als je een stoel maakt
Gaat 't niet om wat 'ie opbrengt, maar hoe stevig 'ie staat"
De zakken van de zakenman zijn bodemloze vaten
En 't doet 'r niet toe hoe, als ze maar vol raken
En 't is fijn; o, 't is fijn; maar 't is fijn; o, 't is fijn
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen

De stropdas en Armani-jas, 't uniform van de hebzucht
En wat de zakenzak beet heeft, krijg of zie je nooit terug
Ze zitten overal waar wat valt te halen
En 't doet er niet toe bij wie, als ze maar betalen
En 't is fijn; o, 't is fijn; ja, het is fijn; o, 't is fijn
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen

Fijn
Fijn
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen
Om 'r niet bij te horen...

© Henny Vrienten, 1991

zondag 17 februari 2013

Doe Maar


Gisteren stond Doe Maar voor de laatste keer op de planken. Tenminste, zo lijkt het. Met een optreden in het Tilburgse 013 sloten de mannen hun afscheidstournee Glad IJs af. Voor de allerlaatste keer, verzekerde Doe Maar.
Maar dat hebben we net te vaak gehoord. In 1984 viel de band voor het eerst uit elkaar. In 2000 nog eens, na een succesvolle reünie (zestien uitverkochte concerten in Ahoy en een studioplaat). Acht jaar later een aantal try outs, twee keer De Kuip en de afsluiter op Werchter in België. Het afgelopen jaar wat kleine optredens, vier keer Symphonica in Rosso en dus Glad IJs.
Hoewel ik Doe Maar niet eens zo heel gek vind, is het wel hoog tijd dat de mannen definitief afscheid nemen. Als Doe Maar. Want solo of als begeleidingsband zijn de mannen prima. CCC Inc. bijvoorbeeld, met Ernst Jansz, Jan Hendriks en Joost Belinfante. Of de experimentele muziek van Henny Vrienten. Jansz en Hendriks bij Boudewijn de Groot.
Maar wie zal het zeggen? Wat zou ik doen als ik voor een grote zak geld nog een keer mijn hits zou mogen spelen?

zaterdag 16 februari 2013

Muziek-auteursrechten


In Engeland heersen soms opvallende wetten en gewoontes. De mensen van het eiland rijden links, terwijl vrijwel de hele wereld rechts rijdt. De Britten hebben een stevig English Breakfast met scrumbled eggs en worstjes (overigens wel een goed ontbijt, waardoor je de lunch kunt overslaan).
Een ander opvallend verschijnsel is die van de auteursrechten van muzikanten. Daarover is sowieso al veel te doen. Want door de opkomst van internet en het digitaal uitwisselen van muziek, ontvangen muzikanten veel minder royalties over hun materiaal.
In het Verenigd Koninkrijk is het zo geregeld, dat de auteursrechten van een opgenomen lied na vijftig jaar komen te vervallen. Dan worden de auteursrechten een publiek bezit, ongeacht of de recording artist nog leeft of niet. Om die rechten bij de artiest te behouden, is het noodzakelijk om het nummer opnieuw uit te brengen. Op die manier worden de bewuste rechten weer met vijftig jaar verlengd.
Music Melon uit Engeland is zo’n bedrijf dat opnames opnieuw uitgeeft. Wobbe, de uitbater van de Music & Film op de Voorstreek in Leeuwarden, verkoopt de boxjes van Music Melon. Ik heb er inmiddels twee, The Sun Singles Collection van Elvis en ‘A long time a Growing’’ van Dylan.
Beide boxjes hebben een aantal singels, Elvis telt er vijf, Dylan kent er zes. Geen begeleidend boekje. Wel hetzelfde formaat en soort box.
De Elvis-box heeft vijf singels die op blauw vinyl zijn geperst. Singel 1: That’s allright mama / Blue moon of Kentucky; singel 2: I don’t care if the sun don’t shine / Good rockin’ tonight; single 3: Milkcow Blues Boogie / You’re a heartbreaker; single 4: I’m left, you’re right, she’s gone / Baby let’s play house; single 5: Mystery Train / I forgot to remember to forgot.
De Elvis-songs zijn twee tot tweeëneenhalve minuut. Radioliedjes dus. In een klein half uur ben je er door heen.
Bij Dylan lijkt het iets genuanceerder te liggen. Zes singels met opnames van zijn eerste jaar in New York. The year it really began, is de ondertitel van de singelbox. Een variatie van traditionals en een enkele zelfgeschreven liedje van de jonge opkomende artiest. Geperst op rood vinyl.
Singel 1: He was a friend of mine / Talking Bear Mountain Picnic Massacre Blues (opgenomen: Gaslight Café, NYW, sept. 1961); singel 2: Sally Gal / The girl I left behind (opgenomen: WNYC Radio Studio, NYC, 29 oktober 1961); single 3: In the pines / Backwater Blues (opgenomen: Carnegie Chapter Hall, NYC, 4 november 1961); single 4: A long time a growin’ / Talking Merchant Marine (opgenomen: Carnegie Chapter Hall, NYC, 4 november 1961); single 5: Baby, please don’t go / I ain’t got no home (opgenomen: Home of Bonnie Beecher, 22 december 1961); single 6: Man of constant sorrow / In the evening (opgenomen: Home of Bonnie Beecher, 22 december 1961).
Twaalf liedjes, tussen de twee en zes minuten in, vooral liedjes van drie of vier minuten. In totaal dus de lengte van een drie kwartier. Leuke opnames, die je laten horen waar Dylan de cafés mee afstruinde toen hij net in New York aankwam. En nog officieel Robert Allen Zimmerman heette.
Wat me opvalt aan de box van Dylan, is niet de kleur van de singels. Evenmin de lengte van de liedjes of het aantal singels. Wat mij opvalt, is een klein zinnetje. De beruchte kleine lettertjes. Daarin staat dat de opnames zijn opgenomen met een originele Reel To Reel-recorder. En weer overgenomen op andere bandjes.
En deze zin, die net als de andere zinnen ontbreekt bij Elvis: “This Vinyl is not authorised by Bob Dylan or his record company or management.”
Kortom, een bootleg dus om de auteursrechten-wetten te omzeilen. Dylan krijgt er dus geen cent van.

Margot Frank


Margot Frank, de oudere zus van Anne, zou vandaag 87 jaar zijn geworden. Margot Betti Frank werd 16 februari 1929 geboren in Frankfurt am Main. Zij was de oudste dochter van Otto en Edith Frank, die vier jaar later hun dochter Annelies Marie Frank kregen.
Over Margot is veel minder bekend dan over Anne. Het dagboek van Anne overvleugelde de Tweede Wereldoorlog en daardoor ook haar eigen familie.
Bekend van Margot is dat zij als een voorbeeldige dochter werd gezien. Zij was heel anders dan Anne, over wie het beeld bestaat dat zij heel springerig was. Margot kon goed leren, en gedroeg zich zoals het hoorde.
Toch speelt Margot een cruciale rol in de geschiedenis van Anne. Wanneer zij 5 juli 1942 een oproep krijgt om te gaan werken in een Duits kamp, gaat het gezin Frank vrijwel direct na het bericht onderduiken. De voorbereidingen waren al wel getroffen; de inhuisname van het onderduikadres werd versneld.
In de periode van onderduiken, hielden zowel Anne als Margot een dagboek bij. Wat er met het dagboek van Margot is gebeurd, is niet bekend. Nooit is er iets gevonden van de aantekeningen van de oudste dochter Frank.
Samen met haar ouders en medeonderduikers, werd Margot verraden. Via Westerbork belandde Margot in Bergen-Belsen, samen met Anne. De zusjes gingen ervan uit dat hun ouders bij aankomst werden vergast.
Toen Margot eind februari 1945 van het bed in de barak viel, overleed ze. Anne, die dacht dat ze daardoor als enige was overgebleven, had de kracht niet meer om verder te leven. Enkele dagen later stierf ook Anne.
Otto Frank, de vader van de meisjes, overleefde de oorlog wél. Een paar weken eerder, januari 1945, werd hij in Auschwitz bevrijd door het Rode Leger. Otto was de enige overlevende van de acht onderduikers van het Achterhuis. De erfenis van zijn familie bestond voor het belangrijkste gedeelte uit de dagboekaantekeningen van Anne.
En zo raakte Margot meer en meer in de schaduw van haar kleinere zus.