zaterdag 26 januari 2013

Lief Indië


Op de live-cd Dromen van Johanna van Ernst Jansz, staat een uitvoering van ‘Lief Indië’. Guus Paat speelt dit liedje, solo op zijn Weissenborn gitaar. Een wat melancholisch liedje over de tempo doeloe, de goede oude tijd van Nederlands-Indië. Guus Paat stond Ernst Jansz bij tijdens diens theatertoer met de vertaalde Dylan-liedjes.
Paat speelt dit liedje niet zonder reden. De gitarist maakt deel uit van het Indisch Muzikanten Collectief (IMC). Dit gezelschap bestaat uit mensen die een bloedband hebben met de voormalige Nederlandse kolonie: omdat ze kinderen zijn van Indische ouders.
Het IMC speelt mee op de debuut-plaat van Ernst Jansz, De Overkant uit 1999. De Overkant is de muzikale equivalent van Jansz’ tweede, gelijknamige boek uit 1985. In dit boek portretteert Ernst zijn vader Rudi Jansz, die kort voor de Tweede Wereldoorlog vanuit Indië naar Nederland vertrok om te studeren.
In Nederland aangekomen, trouwt Rudi met Jopie, de moeder van Ernst. Rudi gaat in het verzet, wordt opgepakt en verblijft een aantal maanden in Kamp-Amersfoort. Na de oorlog verzet Rudi zich vanuit Nederland tegen het koloniale regime in zijn vaderland.
De opgroeiende Ernst (1948) probeert zijn vader letterlijk te vriend te houden. Niet wetend dat Rudi Ernst als zijn oogappel ziet. Om zich te bewijzen voor zijn vader, speelt Ernst onder meer klassieke muziek, bij voorkeur Chopin.
Rudi ontwikkelt een kampsyndroom. Jaren na de oorlog durft Rudi de staat niet meer op. Plotseling verschuilt hij zich onder de trap. Uit angst voor de vijand. “Ze komen eraan!” schreeuwt hij angstig.
Het kampsyndroom uit zich ook fysiek, Rudi krijgt kanker. In het ziekenhuis is het sterfbed van Rudi. Als Ernst zijn vader in het ziekenhuis komt opzoeken, heeft Rudi een cadeautje voor zijn zoon. Een elpee van Chopin, die hij met vergeelde handen aan Ernst geeft. Niet veel later is Rudi overleden.
Ernst kan jarenlang geen Chopin meer spelen, vanwege de associatie van zijn stervende vader. Pas na zijn Doe Maar-periode komt de klassieke muziek weer terug. Als Paat het liedje ‘Lief Indië’ eindigt tijdens de Johanna-tour, zet Jansz de muzikale introductie van ‘Iedere korrel zand’ in. Een intro die doet denken aan Chopin, en daarmee aan Ernst Indische vader Rudi.
En zo is de cirkel weer rond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen