zondag 30 juni 2013

Simplisties Verbond – Wees jezelf, broeders

Allemaal op weg naar niets, doen we zus of zomaar iets
Soms net echt, maar meestal kitsch, want wie speelt er nog zichzelf
Weet je nog wanneer dat was, toen je nog geen ander was
Niet in harnas achter glas, maar je eigenlijke zelf

refr.:
Zoek jezelf broeders, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf

Dikkerdoenerij genoeg, op kantoor en in de kroeg
Als je nou 'ns geen masker droeg, zou je dat niet beter staan
Wat moet je met die Januskop, daar schiet niemand iets mee op
't Is een kwestie van een knop, die moet enkel even om

refr.:
Zoek jezelf zusters, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf

De man die op z'n tenen loopt en alleen zichzelf verkoopt
En nooit iets in z'n oren knoopt, die gaat nog eens lelijk dood
En met make-up van oor tot oor stelt z'n vrouw een ander voor
En hebben ze nog steeds niet door dat een glimlach beter staat

refr.(3x)
© Koot en Bie


zaterdag 29 juni 2013

Kerst

Vandaag een teamdag gehad met E&R. Met mijn week, waar ik samen met Wim teamleider over ben. In onze week staan we stil bij het thema ‘Kerst’. In de zomervakantie. Qua temperatuur komen we aardig in de buurt van een traditionele kerst met sneeuw en schaatsen.
Speciaal voor de gelegenheid een aantal kerstmis-klassiekers, uitgevoerd door Bob Dylan:

Adeste Fideles



Must be santa




Little Drummer Boy


vrijdag 28 juni 2013

‘Wat zie je, mensenkind?’ is verschenen

Vandaag is een heugelijke dag. Want mijn derde boek is verschenen. Bij dezelfde uitgever.
‘Wat zie je, mensenkind?’ is de titel van mijn boek. De titel verwijst naar de profeet Jeremia, die regelmatig deze opdracht kreeg van God. Jeremia moest beschrijven wat hij zag. En dat is dezelfde opdracht die ik me stelde tijdens het project #WijDoenHetZelf!.
Een bundel met verhalen uit het project. Vijfhonderd woorden per artikel. Omdat het kan.
Via deze link kom je rechtstreeks bij het boek.

donderdag 27 juni 2013

Gepimpte auto’s

Eerder deze week schreef ik op het hufterig rijgedrag van automobilisten. Van die koningen op de weg, die menen dat zij alles kunnen maken. Coureurs die je opjagen, vervolgens inhalen, optrekken alsof de motor daar wél bij vaart, en vervolgens stilstaan bij het verkeerslicht of de T-splitsing.
Of neem dit: bij de rotonde bij Jumbo Kooistra reed een donkere auto op de rotonde, die zich op het allerlaatste moment bedacht en een afslag nam. Wel keurig het knipperlicht aan. Een andere auto, een witte die bij de afslag voor de afslag van zijn collega-rijder op de rotonde was gekomen, was verrast door het plotselinge afslaan – in de richting waar de witte auto ook heen wilde gaan. Die nieuweling had geen knipperlicht aan. Maar toeterde wel hevig.
Afhankelijk van mijn gemoedstoestand, kan ik om zulke momenten wel lachen. Of in andere gevallen kookt mijn bloed. Zoals gezegd, dat hangt er maar net van af hoe ik mij voel.
Maar deze week viel me nog iets anders op. Die gepimpte auto’s zien er wel bling-bling uit, maar je hebt er niets aan. Al die ‘stoere’ jongens met hun auto’s, die heel hard optrekken en net zo hard weer moeten afremmen, het heeft iets komisch. Je kunt wel heel interessant indruk maken op de vrouwtjes, maar je moet ook gewoon voorrang verlenen.
De auto zegt niet dat je bent vrijgesteld van verkeersregels.
Je staat niet boven de wet.
Hetzelfde geldt voor de verkeersdrempels. Een heerlijk middel om automobilisten tot remmen te dwingen. Ik geniet van verkeersdrempels, vooral in woonwijken. Verkeersdrempels zijn effectiever dan bijvoorbeeld bloembakken op de weg. Want bloembakken belemmeren je in het zicht; je wilt niet dat achter zo’n bloembak een klein kind tevoorschijn komt, die achter een voetbal aanrent.
Je vergeeft jezelf nooit dat je een kind het aangereden. Of erger…
Nee, liever verkeersdrempels.
Want al die gepimpte auto’s zoeven over het wegdek. De afstand tussen de onderkant van de auto en het wegdek is doorgaans nog geen vijf centimeter. Hetzelfde geldt voor de bumpers aan de voor- en achterkant. Bij het naderen van zo’n drempel moet de rijder de snelheid tot een minimum beperken.
Niet zozeer omdat hij een botsing met spelende kinderen wil voorkomen. De man –doorgaans mannen- heeft geen enkele reden dan een auto-technische reden. Bij een verhoogde snelheid zou het zomaar kunnen gebeuren dat door de verkeersdrempel een deuk komt in de bumper. En zoiets moet te allen tijde worden voorkomen.
Je kunt niet bij je vrienden komen met een barst of deuk in je bumper. Dan heb je je auto niet goed verzorgd. Zeg mij hoe je auto eruit ziet, en ik vertel je wie je bent. Puur image.
Ik moet daar om lachen. Dat je je zo laat leiden hoe je auto eruit ziet. Natuurlijk, ook je auto moet je goed besturen. Het verslonzen van je auto zegt ook iets over je voorkomen, over he je voor de dag komt.
Maar ja, mijn leven is meer dan een auto.
Ik heb niet eens een auto.

woensdag 26 juni 2013

Cover ‘Wat zie je, mensenkind?’

Als auteur heb je soms zo wat privileges. Die privileges neem ik trouwens wel op de koop toe. Het gaat mij primair om het schrijven en publiceren. Maar de uitgever is vanzelfsprekend blij als het boek daadwerkelijk de markt in wordt gebracht.
Ik schreef al eerder over mijn nieuwe boek ‘Wat zie je, mensenkind?’ Dit boek is het resultaat van het project #WijDoenHetZelf!, van de gemeente Leeuwarden. Tijdens dit project schreef ik een flink aantal verhalen. In principe elke dag vijfhonderd woorden.
Het manuscript leverde ik in bij dezelfde uitgever, die mijn eerste twee boeken heeft uitgegeven. Deze uitgever, Boekscout, wilde opnieuw met mij in zee. Alleen al dat feit stemde me tevreden. Gelukkig zag ook de uitgever brood in ‘Wat zie je, mensenkind?’
Na het inleveren van het manuscript volgde de periode van punten op de i. De correcties, kiezen van de cover, de flaptekst. De mailadressen organiseren. Niet het leukste onderdeel, want het gaat mij om de tekst van het boekje. De rest zijn randzaken.
Maar wel belangrijke randzaken.
Nu is dat allemaal voorbij. Het boek is klaar.
Een van de privileges is dat je het eerste exemplaar een paar dagen voor de release thuisgestuurd krijgt. Vandaag kreeg ik mijn derde boek. Met het boekje in mijn handen kan ik zeggen dat ik trots ben op het resultaat.
Ik ben blij met ‘Wat zie je, mensenkind?’ De eerlijkheid gebiedt me ook de dank uit te spreken richting de gemeente Leeuwarden. Zij zagen heil in het traject #WijDoenHetZelf en mijn betrokkenheid bij dit project.
En een bijzonder woord van dank voor André, het opperhoofd. Hij heeft de groep enthousiast gehouden. Dat zorgde ervoor dat ik mijn verhalen goed kon schrijven.
Bij deze dus mijn dank uitgesproken.
Met het boekje in mijn hand.
Vrijdag is ‘Wat zie je, mensenkind?’ te bestellen via Boekscout.nl.

dinsdag 25 juni 2013

Bedrijfsplan

Wel eens een bedrijfsplan geschreven? En nagedacht over wat voor kosten je wel of niet moet maken? Ik ben momenteel bezig met zo’n bedrijfsplan. En ik moet zeggen: het schrijven an sich gaat me wel aardig af. Ik heb een idee wat ik wil, ik heb er een visie op.
Maar het meest lastige is het financiële gedeelte.
Want er komt het een en ander bij kijken wat je financiële onderbouwing betreft. Wat mijn precieze plan gaat worden, laat ik op dit moment nog even in het midden. Het gaat nu niet om mijn plan, het gaat om het kostenplaatje.
Bij het maken van een bedrijfsplan maak je –vanzelfsprekend- een plan om zelf geld te verdienen. Je bent eigen baas. Dat klinkt best goed. Totdat je beseft dat je ook zelf je loon moet overmaken. Naar jezelf. Je bent daar helemaal zelf verantwoordelijk voor.
Als je elke maand een vast inkomen wilt hebben, is dat dus sowieso het bedrag dat je maandelijks moet omzetten. Minimaal. Want behalve je eigen inkomen moet je met je eigen bedrijf ook aan een aantal andere betaalverplichtingen voldoen.
Je hebt de huur. Je bedrijf zit natuurlijk in een pand. Misschien dat je fysiek nauwelijks op kantoor te vinden bent – maar je hebt een brievenbus nodig voor de blauwe envelop. Of wat dacht je van de eigen brieven, enveloppen en visitekaartjes? Die kun je zelf gaan tekenen, maar er gaat hoe dan ook geld in om. In het maken van je visitekaartjes.
Misschien wil je ook wel pennen gaan laten maken. Met de naam en het logo van je bedrijf erop. Dat kost natuurlijk ook geld. Want voor niets gaat de zon op.
Welke materialen gebruik je? Voor een onderwijsassistent heb je ander gebruiksmateriaal nodig dan voor een cameraman. Een websitebouwer heeft ander gereedschap nodig dan een klusjesman. Een postkoeriersdienst vervoert zich op een andere manier dan iemand die in de stad aan het werk is.
En dan komen daar de verzekeringen nog bovenop. Per bedrijf zijn de verzekeringen uiteraard anders. Voor een schrijver gelden andere verzekeringen dan voor een freelance-badmeester. Maar niet elke verzekering is direct noodzakelijk of relevant. Wanneer kies je voor welke verzekering?
Grote vraag is natuurlijk ook: wanneer speel je quitte? De kosten gaan voor de baten uit. Natuurlijk. Maar hoeveel tijd heb je om te investeren, voordat je investering zichzelf terugverdient? Als de investering zich terugverdient, betekent dat dus dat je aan alle betaalverplichtingen voldoet.
Dat je elke maand een keurig salaris verdient. Dat de huur is betaald. De verzekering is afgehandeld. Frans Weekers zijn geld krijgt. Je geld hebt om nieuwe producten aan te schaffen. Om je visitekaartjes bij te laten drukken.
En dat allemaal om eigen baas te zijn. Met veel vrijheid. Maar ook met de verantwoordelijkheid om inderdaad dat geld maar om te zetten. Je kunt je dan niet meer verschuilen achter een baas. Als je veel winst maakt: hulde. Als je verlies draait: stekker eruit.
Dit soort informatie moet allemaal in je bedrijfsplan.

maandag 24 juni 2013

Booy naar Deventer

Foeke Booy is de nieuwe trainer van Go Ahead Eagles in Deventer. Dat is mooi voor Booy. Want de Fries zat alweer even zonder club. Afgelopen voorjaar werd Booy ontslagen bij Cercle Brugge. Tegenvallende resultaten. Een ander buitenlands avontuur, bij Al-Nassr in Saoedi-Arabië, verliep ook niet soepel: Booy kon niet aarden, en vertrok weer naar Nederland.
De zomerperiode is de traditionele stoelendans bij de voetbalclubs. Spelers verruilen hun oude club voor een stapje hoger. Of voor een avontuur in het buitenland. Wat niet gezegd wordt, is dat een nieuwe club vaak ook goed is voor het spaarbankboekje. Het is een bekend argument: voetballers hebben een relatief korte loopbaan: hun betaalde carrière duurt pakweg twintig jaar. Van hun achttiende tot hun achtendertigste. Grofweg gezegd.
Na het beëindigen van de actieve carrière, zit het leven van de voormalige profvoetballers erop. Nog dertig jaar, zonder een vaste baan. En al die tijd zonder inkomen. Dus al dat inkomen moet worden verdiend tijdens de contractperiodes.
Ook voetbaltrainers verhuizen naar een nieuwe club. Zo kan het gebeuren dat Marco van Basten na een sabbatical trainer is geworden van sc Heerenveen. Dat Ronald Koeman aan het werk is bij Feyenoord, na eerst –in willekeurige volgorde- Vitesse, Ajax, PSV, AZ en Benfica. Leo Beenhakker bij vrijwel alle Nederlandse clubs aan het werk is geweest.
En dus dat Foeke Booy naar Deventer verhuisd.
Foeke Booy. Ik ken hem niet, uiteraard. Ik weet wie hij is, maar persoonlijk contact heb ik niet met hem. En toch spreek ik over hem. Maar dat is omdat Booy een geboren Leeuwarder is. Booy is geboren in de stad waar ik nu woon.
Mijn oude mentor en Dylan-vriend Wytze groeide op in dezelfde buurt als Booy. Ze kwamen elkaar wel eens tegen. Maar er was sprake van een te groot levensverschil. Op die leeftijd dan. Als je ouder wordt, spelen leeftijden steeds minder een rol. Maar hoe jonger, hoe groter het leeftijdsverschil.
Wytze vertelde dat hij Foeke wel eens zag voetballen. Met een bal tegen de muur van de schuur. Vader Booy wilde dat zijn zoon een voetballer werd. Het grote ideaal: je zoon als voetballer. Je kroost als Bekende Nederlander. Als getalenteerde sportman.
In feite is er niets veranderd. Want de wildgroei aan talentenshows laat zien dat ieder mens bekend wil worden. Soms onder druk van ouders en vrienden. Kinderen moeten presteren. We willen goed voor de dag komen bij onze vrienden en buren. Misschien ter compensatie van een gebrek. Waar het talent in kwestie zelf niets aan kan doen.
Maar goed, Foeke in Leeuwarden.
Trappend met een bal tegen de muur. Booy werd nooit een hele grote voetballer. Wel een harde werker, maar het talent van voetballen was bij Booy minder ontwikkeld. Dat gemis aan talent heeft Booy nooit belemmerd in zijn voetbalwerk.
Als trainer. Of als technisch directeur.
Maar nu is Booy dus trainer in Deventer. Op prima afstand van Leeuwarden. De stad waar hij opgroeide. Maar daar zal Booy niet meer wonen. Een mooi huisje aan de IJssel, en lekker elke dag op het voetbalveld.
Weg van de muur. De wijde wereld in.