donderdag 27 juni 2013

Gepimpte auto’s

Eerder deze week schreef ik op het hufterig rijgedrag van automobilisten. Van die koningen op de weg, die menen dat zij alles kunnen maken. Coureurs die je opjagen, vervolgens inhalen, optrekken alsof de motor daar wél bij vaart, en vervolgens stilstaan bij het verkeerslicht of de T-splitsing.
Of neem dit: bij de rotonde bij Jumbo Kooistra reed een donkere auto op de rotonde, die zich op het allerlaatste moment bedacht en een afslag nam. Wel keurig het knipperlicht aan. Een andere auto, een witte die bij de afslag voor de afslag van zijn collega-rijder op de rotonde was gekomen, was verrast door het plotselinge afslaan – in de richting waar de witte auto ook heen wilde gaan. Die nieuweling had geen knipperlicht aan. Maar toeterde wel hevig.
Afhankelijk van mijn gemoedstoestand, kan ik om zulke momenten wel lachen. Of in andere gevallen kookt mijn bloed. Zoals gezegd, dat hangt er maar net van af hoe ik mij voel.
Maar deze week viel me nog iets anders op. Die gepimpte auto’s zien er wel bling-bling uit, maar je hebt er niets aan. Al die ‘stoere’ jongens met hun auto’s, die heel hard optrekken en net zo hard weer moeten afremmen, het heeft iets komisch. Je kunt wel heel interessant indruk maken op de vrouwtjes, maar je moet ook gewoon voorrang verlenen.
De auto zegt niet dat je bent vrijgesteld van verkeersregels.
Je staat niet boven de wet.
Hetzelfde geldt voor de verkeersdrempels. Een heerlijk middel om automobilisten tot remmen te dwingen. Ik geniet van verkeersdrempels, vooral in woonwijken. Verkeersdrempels zijn effectiever dan bijvoorbeeld bloembakken op de weg. Want bloembakken belemmeren je in het zicht; je wilt niet dat achter zo’n bloembak een klein kind tevoorschijn komt, die achter een voetbal aanrent.
Je vergeeft jezelf nooit dat je een kind het aangereden. Of erger…
Nee, liever verkeersdrempels.
Want al die gepimpte auto’s zoeven over het wegdek. De afstand tussen de onderkant van de auto en het wegdek is doorgaans nog geen vijf centimeter. Hetzelfde geldt voor de bumpers aan de voor- en achterkant. Bij het naderen van zo’n drempel moet de rijder de snelheid tot een minimum beperken.
Niet zozeer omdat hij een botsing met spelende kinderen wil voorkomen. De man –doorgaans mannen- heeft geen enkele reden dan een auto-technische reden. Bij een verhoogde snelheid zou het zomaar kunnen gebeuren dat door de verkeersdrempel een deuk komt in de bumper. En zoiets moet te allen tijde worden voorkomen.
Je kunt niet bij je vrienden komen met een barst of deuk in je bumper. Dan heb je je auto niet goed verzorgd. Zeg mij hoe je auto eruit ziet, en ik vertel je wie je bent. Puur image.
Ik moet daar om lachen. Dat je je zo laat leiden hoe je auto eruit ziet. Natuurlijk, ook je auto moet je goed besturen. Het verslonzen van je auto zegt ook iets over je voorkomen, over he je voor de dag komt.
Maar ja, mijn leven is meer dan een auto.
Ik heb niet eens een auto.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen