zaterdag 28 april 2012

Messiaanse gemeente

In dezelfde laan als waar ik woon, is een kerkgebouw van de Vrije Baptisten. “De Wijngaard” heet die kerk. Naast de Wijngaard is een computerzaak en een pinautomaat. Vrijwel dagelijks kom ik langs dat kerkgebouw. Een redelijk onopvallende zaak. Als je het niet weet, fiets je er met gemak voorbij.
Nog onopvallender is dat in datzelfde kerkgebouw elke zaterdag een messiaanse gemeente vergaderd. Rehoboth heet die messiaanse club. Aan de buitenkant is die messiaanse gemeente alleen te herkennen aan een blauwe vlag. Vanmorgen besloot ik een kijkje te nemen bij die zaterdag-gemeente.
Bij binnenkomst word ik hartelijk welkom geheten door een man met een baard en een keppeltje op zijn hoofd. Sjabat shaloom. De man vertelt me dat deze gemeente door de bank genomen hetzelfde gelooft als een christelijke kerk. Groot verschil is dat de messiaanse mensen niet geloven dat de kerk in plaats van Israël is gekomen, maar als een wilde olijf op de tamme versie is geënt. Sommige aanwezigen dragen een kippa (Hebreeuws voor keppeltje).
De ene keer zijn er honderd mensen, dan weer twintig, vertelt de welkomstdienst. Vanmorgen tel ik vijfentwintig aanwezigen. Daarvan zijn er zeker twintig van 45+.
Op het podium staat een zeskoppige band: een dwarsfluitiste, twee percussionisten, een bassist met een zessnarige basgitaar en twee zangeressen. Die twee zangeressen zingen niet helemaal zuiver, maar als zij niet zingen, doet niemand dat. Althans, niet op het podium.
De ouderling van dienst (de dienstoudste) vertelt voorafgaand aan de dienst een aantal mededelingen. Waaronder dat in de dienst van vandaag geen piano is, omdat Hilbrand helaas verhinderd is.
Een zangblok volgt. De zangleidster, een vrouw met krullen, een witte broek en zwarte laarzen tot de knie, houdt bij elk nieuw lied een introductie, waarbij ze een deel van de tekst al verklapt. Voor de volledigheid komt die tekst op de beamer te staan. De aanwezigen gaan al naar gelang staan, met de handen in de lucht.
Tijdens het zingen loopt een vrouw met een groene en een witte vlag naar achteren in de zaal. Ze begint te zwaaien met de vlaggen. Weer anderen knielen als in de liederen wordt gezongen over knielen, buigen als het woord buigen voorbij komt. De handen in de lucht.
De bassist steekt bij het eerste gebed theatraal zijn handen in de lucht. Naarmate het gebed vordert, zakken zijn handen naar beneden. Zo halverwege het gebed verveelt hij zich. Hij bekommert zich maar over zijn basgitaar.
Het laatste lied van de ochtend is 'Hava nagiela'. Inderdaad het liedje dat wordt gezongen bij een bruiloft, als het publiek zich van overvloedige zoete drank voorziet. Maar deze mensen zijn niet dronken. Het is immers pas het derde uur van de dag. Dit is evangelical-met-korte-broek. Heel even denk ik aan het filmpje waarin Bob Dylan met zijn schoonzoon Peter Himmelman het lied opvoert.
Als ik de kerk uitloop, bedenk ik me dat ik 'de zwerver' niet meer zie. Deze man, met een slobberige spijkerbroek, dito gele jas en een baardje, zat achterin de kerk op een eenzame stoel tegen de muur. Hij is vertrokken, eerder de deur uit gelopen. Misschien schuilde hij alleen maar voor de regen.
Zou de Heer voor deze man een ruimte hebben in Zijn wijngaard?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen