maandag 21 mei 2012

Beresjiet


In den beginne (in het begin)

In den beginne (in het begin)

In den beginne was er niets (niets)

En toen kwam jij, vrouw, erbij



Zo begint het lied 'In den beginne' van Bram Vermeulen. Dit is wel een zeer korte parafrase van hoe het in het begin is geweest. Er was niets, en opeens kwam de vrouw erbij. Het zal de artistieke vrijheid zijn, die Vermeulen zich hiermee van diende. Maar wat gebeurde er nou bij het begin?



***



'Beresjiet'. Dat is het woord waarmee de Bijbel begint. De vertalers hebben het vertaald met 'In den beginne' of 'In het begin'. Paul Oussoren (van de Naardense Bijbel) vertaald dat eerste woord met 'Sinds het begin is God schepper,- van de hemelen en de aarde'. Ron Pirson schrijft in zijn aandeel van 'De Bijbel literair' dat bij de start van Genesis een lidwoord ontbreekt, en daarom de vertaling 'Bij aanvang' wellicht beter is.

Hoe verloopt het na de aanvang? In het tweede vers staat dat de aarde woest en leeg was. Was er dan al een aarde? Hoe verhoudt zich de aarde voorafgaand aan de schepping met die van na de schepping? Zou er dan toch een oerknal vooraf zijn gegaan aan de aarde? Ik merk in ieder geval op dat er een geschiedenis is geweest, maar dat die historie niet zozeer een begin heeft. Evenmin dat de voltooiing van de wereld een eindige dag kent.

Scheppen is het centrale woord van de eerste hoofdstukken van Genesis. Nicolaas Matsier, een van de literatoren van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), merkt op in zijn 'De Bijbel volgens....', dat het 'een schitterend een paradoxaal tafereel [is], dat van een volstrekt eenzame God, die spreekt, en wiens spreken scheppen is. Hij spreekt, niet om te beschrijven maar om te maken. Zijn werk is het scheppen van orde en het maken van onderscheid. Taal is zijn handelswijze vanaf ook zijn eigen begin. Hij treedt aan als wind boven de wateren en hij spreekt. Hij is zo goed als synchroon met alle ontstaan, deze eenzame nog onverstoorbare spreker.'

Scheppend tegen de chaos in. Daarmee wordt een stuk van de prehistorische aarde en haar aanwezigheid opgelost. Een chaotisch geheel, waar met slechts een woord orde in wordt gebracht. 'Licht!' is volgens Matsier een goede vertaling van Gods eerste spreken. Niet zozeer het prozaïsche 'Er zij licht' of het lectuurachtige 'Er moet licht zijn'.

Voor het woord 'scheppen' staat in het Hebreeuws het woord 'bara'. Volgens de redactie van de Studiebijbel in Perspectief een woord dat een goddelijke activiteit weergeeft. Ik neem het voor kennisgeving aan. Want Hebreeuws is niet mijn sterkste kant.



***



Al zou Hebreeuws wel een sterke taal van mij zijn, dan nog is het eerste boek van de Bijbel een lastige vertaalklus. Er is geen ander boek waarin zoveel alternatieve vertalingen bij worden gegeven. Het is aan de vertaler om te vertellen waar het in Genesis over gaat. En aan die vertaling kun je merken bij welke club de taaloverzetter hoort.

Duidelijk komt dat naar voren in het boek 'Verloren. Op zoek naar zes van de zes miljoen' van de Amerikaanse schrijver Daniel Mendelsohn. De schrijver gaat op zoek naar het verhaal van zijn oudoom Sjmiël, die met zijn gezin werd vermoord tijdens de Holocaust. In zijn boek beschrijft Mendelsohn niet alleen de geschiedenis van zijn familie, maar ook dat van zijn volk. Hij gebruikt hierbij onder meer het commentaar van de elfde-eeuwse Rabbi Sjlomo ben Jitschak, die bekend is geworden onder diens acroniem Rasji.

De allereerste zin uit de Bijbel vormt gelijk een vertaalprobleem. “Beresjiet bara Elohiem et-hashamajim weët haärets” wordt vertaald met “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”, maar eigenlijk zou dit moeten zijn “In den beginne van Gods schepping van de hemel en de aarde...”.

Uiteindelijk pleit Rasji voor de volgende definitieve eerste zin: “In het begin der schepping van hemel en aarde, terwijl de aarde nog woest en ledig en duister was, en de geest Gods zweefde over de oppervlakte van het water, zei God: Er zij licht.”



***



Hoe gaat het verder met de schepping? Het creëren laat zich kenmerken door een soort lied, met twee parallelle gedeelten. De eerste drie dagen (licht, water, land) lopen synchroon met de tweede serie van drie dagen (zon, maan en sterren, vissen en vogels, en vee, kruipende dieren, wilde dieren en de mens).

Tot tweemaal toe staat in het begin van Genesis de schepping van de mens. Alsof de tweede beschrijving een inzooming is van de zesde dag. Om speciaal het licht te laten vallen op de manier waarop de mens tot leven is gekomen. Hoe deze gelijk aan het begin op adem wordt gebracht.

De Amerikaanse rabbijn Harold S. Kushner, auteur van onder meer 'Als 't kwaad goede mensen treft', stelt voor om de zes dagen te lezen als zes dagen van elk een millennium. God is als klokkenmaker degene die de klok aan het lopen heeft gebracht. Vervolgens trekt God zijn handen ervan af. Hij kan niets meer doen voor de wereld.

Ondertussen wordt in de eerste duizend jaar het licht geschapen. Vervolgens komt het water, en daarna het land. De evolutie vervolgt met lichtdragers, vogels en de mens. Allemaal het gevolg van de Oerknal, die God heet. Een interessante gedachte, want had Mozes een horloge toen hij Genesis schreef?



***



Man gave names to all the animals

In the beginning, in the beginning

Man gave names to all the animals

In the beginning, long time ago



He saw an animal as smooth as glass

Slithering his way through the grass

Saw him disapear by a tree near a lake...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen