zondag 21 april 2013

Inloophuis Achter de Hoven


De Gereformeerde Gemeente in Leeuwarden heeft een inloophuis. Het is gevestigd aan Achter de Hoven. Het inloophuis heet dan ook toepasselijk “Achter de Hoven”. Voor een organisatie dat veel met woorden bezig is, is de naam niet heel erg origineel. Wel dekt “Achter de Hoven” de lading van het inloophuis.
Elke week adverteert de GerGem in de huis-aan-huis-krant van Leeuwarden. Gratis koffie en thee. En de Bijbel. Een open huis. Iedereen is welkom om langs te komen. Voor informatie, een goed gesprek, of gewoon om een kopje koffie te drinken.
Omdat het een zonnige zaterdag is, besluit ik naar zo’n inloopmoment te gaan. Ik heb me voorgenomen om me als niet-gelovige te presenteren. Vooral omdat ik benieuwd ben naar de evangelisatie van de zwarte kousen.
De zaal waar de inloop is, is in de hal van de kerk. Tegenover de ingang zijn de klapdeuren, die toegang geven tot het heilige. De stoffering van de hal is modern, strak. Goede tafels, het ziet er verzorgt uit.
Aan het begin van de hal staat een koffietafel, vervolgens een room devider, en daarachter de koffietafel waar de mensen van de inloop omheen zitten. Links is een trap naar boven, de overloop kent geen balustrade, maar is afgeschermd.
Als ik verder loop naar de ontmoetingstafel, wordt me al een stoel aangeboden door een van de dames. Gelijk krijg ik koffie aangeboden. De dienstdoende vrouw, ver over de zestig, moet daarvoor wel naar het hokje onder de trap. Daar zit klaarblijkelijk de keuken.
Naast de keuken hangt een poster. De brede en de smalle weg. John Bunyan leeft hier. Boven, aan de muur van de overloop, hangen zeven afbeeldingen die het scheppingsverhaal uitbeelden. Ook de zesde dag, wanneer Adam en Eva worden geschapen. Ze dragen geen kleren (en ze schaamden zich niet). Desondanks zijn hun edele delen bij geval afgedekt door fruit of bladeren.
Het gesprek is al flink aan de gang als ik aanschuif. Links van mij zit opa, een oudere man die permanent een jas draagt. Ongeacht of hij binnen of buiten is. Een soort pater familias. Je accepteert wat hij doet.
Naast hem zit een vrouw, het dunne haar opgestoken, en keurig in rok. Zij breit een sok. Naast de brei-vrouw zit de dienstdoende gastvrouw van de inloop. Wanneer ze niet praat, kijkt ze chagrijnig voor zich uit. Hier beneden is het niet.
Naast de gastvrouw zit haar echtgenoot. Als hij praat, leunt hij zijn hoofd ietsjes achterover. En doet hij zijn ogen nog verder dicht totdat er een spleetje tussen de wimpers overblijft. Ik hoor je wel, maar ik zie je niet.
Dan volg een stevige man, met een bos krullen, in een broek dat twijfelt tussen een pyjamabroek en een trainingsbroek, een trui met opgerolde mouwen, en een open wond op de linker onderarm. Hij praat met een buitenlandse tongval, bijna mediterraans.
Tussen de stevige man en mij zit een houthakker. Met een rood-geblokte bloes en een heuptasje om. Een grote grijze baard. Hij doet me denken aan Levon Helm, de zingende drummer van The Band. Maar hij is het niet.
Het gesprek gaat over melk. Koeienmelk. Moedermelk. De scheikundige formules. Opa weet er alles van. Vroeger werkte hij in de melkfabriek. Veertig jaar gedaan. Je hoeft hem niets te vertellen. Ook hebben de deelnemers van de inloop het over water. Met ijzer. Of zout. De hardheid van water. De dikke man vraagt maar door.
Als de houthakker vertrekt, begint de grote man mij te bevragen. Of ik religieus ben. Hij wel, hij is katholiek opgevoed. Heeft later het geloof verlaten, maar is nu weer teruggekeerd. Heeft alle kerken gezien. Hij kent ze allemaal. Van katholiek tot mormoons. Je hoeft hem niets te vertellen.
Over zijn leven heeft hij twee boeken geschreven. Die liggen voor hem. Frans Aja is de schrijver van die boeken. Een zoektocht op Google leert dat Aja een Rechabiet is. Een soort nomade. Gebaseerd op een paar verzen uit Jeremia 35.
Maar dat vertelt hij niet tijdens mijn inwijding in het GerGem-geloof.
Hij en zijn kompanen vertellen een meer technisch verhaal. Over de feitjes van de Bijbel. Over wat een christen is genaamd. Dat soort dingen. Ze leggen niet zomaar hun ziel en zaligheid op tafel. Niet voor een vreemde voorbijganger.
Omdat ik nog een ongelovige ben, krijg ik een aantal dingen toegestopt. Een Bijbel, Statenvertaling. En een boek met Bijbelverhalen. Een soort kinderbijbel. En een aantal folders. Waaronder het kerkblad van de kerk Achter de Hove. Waar een evangelist voorganger is. Die man had eerst een ander leven, maar kreeg het toen op zijn hart om voorganger te worden.
Zo is het toen gekomen.
En ik krijg wat bladen mee. De Paulus, een zendingsblad. De Daniƫl, voor de jongsten onder ons. Lees het maar. Wat huiswerk. Je komt maar terug als je vragen hebt.
Omdat het nogal wat materiaal is dat ik krijg, wordt me ook een tas aangeboden. Met een opdruk van het inloophuis. Ik stop de materialen in de tas. Dat lijkt me een mooi moment om te vertrekken.
Dat doe ik dan ook.
Ik stap de zonovergoten wereld weer in. Blij als een kind. Met mijn Statenvertaling en de kinderbijbel. Ik kan het leven weer aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen