maandag 29 april 2013

Niek


Ik sta te wachten op de bus naar het station. Een meisje loopt naar de halte. Zij kijkt wat verdrietig, terwijl ze een telefoon aan haar oor houdt. Ze vraagt me of bus 50 al is gepasseerd. Ik zeg haar dat dat nog niet is gebeurd. Het meisje lijkt tevreden.
Even later komt bus 19. Het meisje, nog steeds verdrietig en op zoek naar contact met de buitenwereld via de telefoon, vraagt me of deze bus ook naar het station gaan. Ik beantwoord haar vraag positief.
We stappen beiden in. Zij gaat in de bank achter mij zitten.
Ik hoor haar praten. Gaandeweg het gesprek gaat ze meer huilen.

“Niek? Niek?
(…)
Ben jij nu op school?
(…)
Nee, ben nu onder weg naar school. Heb om kwart over twee les.
(…)
Ik heb het weer niet gehaald.
(…)
Ze gaan niet met me verder.
(…)
Dus die stage wordt nu afgeblazen. Ze zoeken naar een ander, in wie ze wel meer vertrouwen hebben.
(…)
Ze zeiden nog wel, dat als ze niemand vinden dat ik dan misschien in september weer terug kan komen. Maar dat risico willen ze niet meer.
(…)
Nee, papa en mama weten het nog niet.
(…)
Ik weet niet hoe het nu moet met mijn kamer.
(…)
Nou, tot zo.”

Tjah, in zeven minuten tussen bushalte en station wordt toch een heel leven verteld. Het meisje heb ik sindsdien niet meer gezien. Maar misschien hoor ik in een volgende zeven minuten nog iets wijzer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen